Site Feedback

speakers of Dutch, please help

we just moved to Amsterdam and we need help with checking a few phrases in Dutch (translated with Google Translate)

Give me the toy - Geef mij het ​​speelgoed
Take the toy - Neem het speelgoed
It;s my toy, give it back to me - Het is mijn speeltje, geef het terug aan mij
give it back to him/ her, please - geef het terug aan hem / haar te plezieren
He/ she took my toy - Hij / zij nam mijn speeltje

Bedankt!!!

Share:

 

0 comments

    Please enter between 0 and 2000 characters.

     

    Corrections

    Geef mij me het speelgoed (mij is only used to express that it shouldn't go to somenoe else: geef mij het speelgoed, inplaats van aan haar)

    Neem het speelgoed


    Het is mijn speeltje, geef het terug aan mij (no, not to the shop-keeper)(even shorter, more urgent and less polite: geef terug!)


    geef het terug aan hem / haar te plezieren alsjeblieft (or: geef het hem terug)


    Hij / zij nam heeft mijn speeltje afgepakt (the event of taking has happened completely, so you should use the present perfect tense of the verb)


    Write a correction

    Please enter between 25 and 8000 characters.

     

    More notebook entries written in Dutch

    Show More