Site Feedback

Completed sentences

 

The part of the sentences after the dots are my answers. I would like to know if I made any mistakes.

1. Mijn moeder wil...mijn schoolrapport bekijken.
2. De jongen mag...nu naar zijn huis gaan.
3. Vader kan...niet mij toestaan om buiten te spelen.
4. Jan en Kees moeten...eerst hun huiswerk afmaken.
5. Wij gaan het huiswerk...op het weekend afmaken.
6. De docenten willen...ons moeilijke opdrachten te geven.
7. Jammer, ik kan niet mee. Ik moet morgen...naar mijn kantoon gaan.
8. Het jongetje kan...goed voetbal spelen.
9. Ik wil vandaag niet...naar mijn kantoor gaan.
10. Ik mag van mijn moeder...vraag als ik buiten kan spelen.
11. De kinderen mogen...niet zo veel lawaai maken.
12. Wij gaan...naar de supermarkt.
13. Koning Williem Alexander moet...niet in de regering zit.
14. De kinderen van de koning mogen...koning of koningin worden als de koning dood is.
15. Het is mooi weer. Wij willen vadaag...naar de strand gaan.
16. Het is buiten koud. Ik zal...naar mijn kantoor gaan met de trein.
17. Sinterklaas is in Nederland. Ik zal...hem graag ontmoeten.

Share:

 

0 comments

    Please enter between 0 and 2000 characters.

     

    Corrections

    Completed sentences

    The part of the sentences after the dots are my answers. I would like to know if I made any mistakes.

    1. Mijn moeder wil...mijn schoolrapport bekijken.
    2. De jongen mag...nu naar huis gaan.
    3. Vader kan...mij niet toestaan om buiten te spelen.
    4. Jan en Kees moeten...eerst hun huiswerk afmaken.
    5. Wij gaan het huiswerk...in het weekend afmaken.
    6. De docenten willen...ons moeilijke opdrachten geven.
    7. Jammer, ik kan niet mee. Ik moet morgen...naar kantoor gaan.
    8. Het jongetje kan...goed voetbal spelen.
    9. Ik wil vandaag niet...naar mijn werk gaan.
    10. Ik mag van mijn moeder...niet buiten spelen zonder het te vragen.
    11. De kinderen mogen...niet zo veel lawaai maken.
    12. Wij gaan...naar de supermarkt.
    13. Koning Williem Alexander moet...niet in de regering zitten.
    14. De kinderen van de koning mogen...koning of koningin worden als de koning dood is.
    15. Het is mooi weer. Wij willen vandaag...naar het strand gaan.
    16. Het is buiten koud. Ik zal...met de trein naar mijn werk gaan.
    17. Sinterklaas is in Nederland. Ik zal...hem graag (eens) ontmoeten.

     

    Not bad at all!

     

    Notes:

    1. "Ik ga naar huis" -> "I'm going home".

    1. You can use "mijn werk" or "kantoor" interchangeably, if the person has a (high-paying?, boring?) desk job. Think of a lawyer, or someone in financial services. You're safest with "mijn werk", because almost any workplace can be considered "mijn werk". "mijn kantoor" really means "my office" as in the sense "the room I work in" (inside an office building, or possibly an office at home). Also "Ik heb dat op kantoor laten liggen." (I left that at the office."

    2. wrt "buiten spelen", I changed the whole thing because it wasn't sensible otherwise. Also possible: "Ik mag van mijn moeder alleen buiten spelen als ik het eerst vraag." a sentence with similar meaning: "Ik moet van mijn moeder vragen of ik buiten mag spelen.". But the example didn't start with "Ik moet", but "Ik mag".

    3. "Ik zal naar mijn werk gaan met de trein" is not wrong, but has somewhat worse flow.

    4. "eens" means "sometimes" here. Just somewhat nicer wording.

    Write a correction

    Please enter between 25 and 8000 characters.

     

    More notebook entries written in Dutch

    Show More