Site Feedback

Vragen

Wie ben jij?
Wie heeft de brief?
Wat ga je koken?
Wat zeg je?
Wie is in de beurt?
Hoe laat komt de trein?
Hoe laat begint het programma in de televisie?
Wanneer is het je vakantie?
Wanneer begint de zomer?
Waarom lig je in de bed?
Waarom ga je naar de winkel?

Share:

 

1 comment

    Please enter between 0 and 2000 characters.

     

    Corrections

    Vragen

    Wie ben jij?
    Wie heeft de brief?
    Wat ga je koken?
    Wat zeg je?
    Wie is (er) aan in de beurt?
    Hoe laat komt de trein?
    Hoe laat begint het programma op in de televisie?
    Wanneer heb is het je vakantie?
    Wanneer begint de zomer?
    Waarom lig je in de (je) bed?
    Waarom ga je naar de winkel?

    ---

    Prima vragen en zeer weinig fouten.

    1. "Aan de beurt" --> vaste uitdrukking.

    Je hoeft geen "er" te gebruiken maar het kan wel. Belangrijker is dat je geen "er" toevoegt bij het antwoord:

    - Ik ben aan de beurt

    - Jij bent aan de beurt

    - Hij is aan de beurt

    etc

    2. "Op tv" --> vaste uitdrukking. Als je "de" toevoegt dan betekent het letterlijk bovenop de tv.

    Je kunt zowel "televisie" als "tv" gebruiken. Wat je zelf het prettigst vindt.

    - Er is een film op tv

    - Er staat een plant op de tv --> bovenop de televisie.

    3. "Vakantie hebben" is gebruikelijk als het in de toekomst is.

    - Volgende week heb ik vakantie

    - Morgen begint mijn vakantie.

    - Overmorgen ga ik op vakantie naar ... [locatie]

    - Ik ben op vakantie (in ... [locatie]) --> op dit moment op een andere plek dan gebruikelijk.

    - Ik heb (nu) vakantie --> op dit moment 

    4. "In bed" is meestal zonder lidwoord (het). Je kunt wel het bezittelijk voornaamwoord gebruiken.

    - Ik lig in (mijn) bed --> het is toch mijn bed, dus hoeft "mijn" er niet bij.

    - Zij ligt in jouw bed --> het is het bed van iemand anders dus is bezittelijk vnw noodzakelijk.

    - Hij ligt in het bed van ... --> hier wordt een naam verwacht of een aanduiding (mijn broer, mijn zus, etc).

    Gebruik met de laatste zin geen "hem"/"haar". Wil je toch hem/haar gebruiken dan wordt het weer:

    - hij ligt in zijn bed

    - hij ligt in haar bed.

    etc.

     

    Vragen

    Wie ben jij?
    Wie heeft de brief?
    Wat ga je koken?
    Wat zeg je?
    Wie is er aan de beurt? 
    Hoe laat komt de trein?
    Hoe laat begint het programma op de televisie? 
    Wanneer is het      vakantie? (или ) Wanneer is je vakantie?  (или артикль или указательное местоимение, но не то и другое вместе)
    Wanneer begint de zomer?
    Waarom lig je in    bed? (или) Waarom lig je in het bed?
    Waarom ga je naar de winkel?

    Write a correction

    Please enter between 25 and 8000 characters.

     

    More notebook entries written in Dutch

    Show More