Site Feedback

De olifantman. Hoofdstuk 5. Een belangrijke bezoeker. Deel 1

Ik wilde niet, dat Merrick alleen woont, zoals een man in een vuurtoren. Hij las zijn boeken en praatte met mij, maar ik wilde, dat hij met meer mensen praatte. En ik wilde, dat hij met vrouwen praatte.
Merrick las over vrouwen in zijn boeken, maar hij had het over vrouwen niet vaak. Hij ontmoette pleegzuster elke dag, maar zij praatten met hem niet vaak. Voor hen was hij altijd een wezen, niet een man.
Op een dag kwam één van mijn vriendinnen, een jonge mooie vrouw, naar het hospitaal. Ik vertelde haar over Merrick en bracht haar naar zijn kamer. Zij opende de deur en glimlachte tegen hem.
„Morgen, meneer Merrick“, zei zij. Dan schudde zij zijn hand. Merrick keek naar haar een minuut met zijn geopende mond. Dan ging hij op zijn bed zitten, met zijn hoofd in zijn hand en huilde. Hij huilde bijna vijf minuten. De tranen liepen over zijn gezicht heen, tussen zijn vingers en op de vloer.
Mijn vriendin ging op de bed, naast hem zitten en legde haar hand op zijn arm. Zij zei niets, maar zij glimlachte tegen hem en schudde zijn hand voordat zij wegging.
„Dr. Treves“, zei hij tegen mij deze nacht. „Die lady was wonderbaarlijk! Mijn moeder glimlachte tegen mij een keer, veel jaren geleden, maar nu glimlacht geen vrouw tegen mij. Maar deze lady glimlachte ook tegen mij en zij schudde mij hand!“
Mijn jonge vriendin kwam de volgende week weer en praatte met Merrick tegen anderhalf uur. De week daarna kwam zij weer, met een vriendin. Zij gaven hem wat boeken en dranken een kopje thee met hem. Het was heerlijk voor hem. Voor het eerst in zijn leven had hij enkele vrienden. Hij was een heel gelukkige man. Hij zat in zijn kamer en las zijn boeken en zei niets meer over het leven in een vuurtoren.

Share:

 

0 comments

    Please enter between 0 and 2000 characters.

     

    Corrections

    De olifantman. Hoofdstuk 5. Een belangrijke bezoeker. Deel 1

    Ik wilde niet, dat Merrick alleen woont, zoals een man in een vuurtoren. Hij las zijn boeken en praatte met mij, maar ik wilde, dat hij met meer mensen praatte. En ik wilde, dat hij met vrouwen praatte.
    Merrick las over vrouwen in zijn boeken, maar hij had het niet vaak over vrouwen niet vaak. Hij ontmoette de pleegzusters elke dag, maar zij praatten niet vaak met hem niet vaak. Voor hen was hij altijd een wezen, niet een man.
    Op een dag kwam één van mijn vriendinnen, een jonge mooie vrouw, naar het hospitaal. Ik vertelde haar over Merrick en bracht haar naar zijn kamer. Zij opende de deur en glimlachte tegen hem.
    „Morgen, meneer Merrick“, zei zij. Dan schudde zij zijn hand. Merrick keek een minuut naar haar een minuut met zijn geopende mond. Dan ging hij op zijn bed zitten, met zijn hoofd in zijn hand en huilde. Hij huilde bijna vijf minuten. De tranen liepen over zijn gezicht heen, tussen zijn vingers en op de vloer.
    Mijn vriendin ging op de bed, naast hem zitten en legde haar hand op zijn arm. Zij zei niets, maar zij glimlachte tegen hem en schudde zijn hand voordat zij wegging.
    „Dr. Treves“, zei hij tegen mij deze nacht. „Die lady was wonderbaarlijk! Mijn moeder glimlachte tegen mij een keer, veel jaren geleden, maar nu glimlacht geen vrouw tegen mij. Maar deze lady glimlachte ook tegen mij en zij schudde mij hand!“
    Mijn jonge vriendin kwam de volgende week weer en praatte met Merrick bijna tegen anderhalf uur met Merrick. De week daarna kwam zij weer, met een vriendin. Zij gaven hem wat boeken en dronken een kopje thee met hem. Het was heerlijk voor hem. Voor het eerst in zijn leven had hij enkele vrienden. Hij was een heel gelukkige man. Hij zat in zijn kamer en las zijn boeken en zei niets meer over het leven in een vuurtoren.

    ---

    Als je een tijdsbepaling gebruikt dan komt deze voor het meewerkend voorwerp.

    - Hij keek wel 5 minuten naar de mooie vrouw

    - Zij praatte uren met Merrick 

    Write a correction

    Please enter between 25 and 8000 characters.

     

    More notebook entries written in Dutch

    Show More