Wählen Sie aus verschiedenen Englisch Lehrkräften für ...
Liviu
Difference between hier... and daar... Ik heb erg problemen met het begrijpen van de verschill tussen constructies like hierann, hierbij ezv en constructies soals daaraan, daarbij ezv. Ik wist nooit toen een te gebruiken en toen een ander. Kunt u mij verlichten? Excuseer mijn nederlands alsublieft.Sorry, I wanted to say wanneer instead of toen.
26. März 2016 18:09
Antworten · 8
4
In general is it not that complicated. We just like to write as much together as possible. Where the English say 'language fanatic' we say 'taalfanaat', where the English say 'sentence structure' we say 'zinsstructuur'. 'Hier' 'daar' en 'er' are pretty much the same words. 'Hier' is generally used for something that's near, 'daar' is generally used for something that's a little farther away, and 'er' is more vague, you might say indefinite. To those words you can basically attach any preposition (voorzetsel). - Wil je er misschien nog iets bij? / Wil je misschien nog iets erbij? - Daar staat een standbeeld met een duif erop - Kijk eens daarboven, wat een mooie schilderingen! These are pretty logical I guess, though in a lot of cases 'hier' en 'daar' are used in a more abstract way, when 'daar' doesn't point at anything, or when 'hier' doesn't imply a physical position: - Gisteren maakte Jantje een vaas kapot, daarom is nu de regel dat je niet binnen mag voetballen. - Nu maak je weer een vaas kapot! Hierom mag je dus niet binnen voetballen! - Ik vind zout water vies en daarbij ben ik ook nog eens bang voor vissen - Daarbovenop is het water te troebel om te snorkelen - Wat heb jij een mooie bal, daarmee kan je goed vazen kapotschoppen - Nee, hiermee kan het niet zo goed. Dit is een hele zachte. Could you maybe give us some example sentences that give you doubts?
28. März 2016
3
"Hier" = here (ENG) en "daar" = there (ENG), of anders uitgedrukt "hier" is dichtbij en "daar" ligt verder weg. Enkele voorbeeld zinnen: 1. Ik woon ik hier in de stad, maar soms reis ik daarheen, waar mijn vader woont. 2. Ik ben hier een maaltijd aan het koken, maar straks ga ik naar de winkel daar om de hoek om nog wat fruit te kopen. 3. Wil je hiermee met dit bestek eten, of een andere mes en vork nemen dat daar in de la ligt? 4. Wil je hier met ons zitten te praten, of daar in de andere kamer naar de TV kijken?
28. März 2016
1
hoi, Ik denk dat Jolien je vraag heel goed heeft beantwoord.
28. März 2016
Haben Sie noch keine Antworten gefunden?
Geben Sie Ihre Fragen ein und lassen Sie sich von Muttersprachlern helfen!

Verpassen Sie nicht die Gelegenheit, bequem von zu Hause aus eine Sprache zu lernen. Stöbern Sie in unserer Auswahl an erfahrenen Sprachlehrern und melden Sie sich jetzt zu Ihrer ersten Unterrichtsstunde an!